Veel gestelde vragen

Faunabeheereenheid Utrecht geeft graag antwoord op uw vragen. Zo helpen wij u bij de juiste uitvoering van het faunabeheer. Hieronder leest u de meest gestelde vragen en hun antwoorden. Klik op een vraag om het antwoord te lezen.

Begrippenlijst

Kijk ook in het overzicht van de op deze website en in het faunabeheer veelgebruikte begrippen.

kijk in de begrippenlijst

Staat uw vraag er niet bij of is iets niet duidelijk? Neem dan contact op met een van onze medewerkers op (0318) 578 565 of stuur een e-mail.


Moet ik volgens de provinciale Verordening Schadebestrijding wel of geen wildwerende middelen inzetten?

Buiten ganzenfoerageergebieden en Vogelrichtlijngebied met kwalificerende soorten ganzen en smienten --> gebruik geclausuleerde provinciale vrijstelling toegestaan!

Voorwaarden voor ondersteunend afschot:

  • ondersteunend afschot toegestaan in periode 1/10 tot 1/04 vanaf zonsopgang tot 12.00 uur
  • ondersteunend afschot alléén toegestaan indien minimaal 2x per week verjaging op andere wijze plaatsvindt (bijv. menselijke aanwezigheid).

Zie voorts de aanvullende voorwaarden van de provinciale vrijstelling m.b.t. de uitvoering!

Voorwaarden voor een schadetegemoetkoming Faunafonds:

  • oud grasland: minimaal 2x per week verjaging (bijv. menselijke aanwezigheid) + ondersteunend afschot
  • akkerbouw, vollegrond groenteteelt en nieuw ingezaaid grasland: én tenminste 1 akoestisch middel én tenminste 1 visueel middel én ondersteunend afschot
  • eigen risico agrariër: € 250,- per bedrijf per jaar

Binnen ganzenfoerageergebieden en Vogelrichtlijngebied me kwalificerende soorten ganzen en smienten --> gebruik geclausuleerde provinciale vrijstelling NIET toegestaan!

  • voor alle gewassen in deze gebieden geldt dat verjaging en ondersteunend afschot niet zijn toegestaan
  • tegemoetkoming door het Faunafonds is 100% van de geleden schade (d.w.z. primaire productiederving; niet evt. gevolgschade zoals bijv. verslemping)
  • er geldt geen eigen risico van € 250,- per bedrijf per jaar

Mag een fruitteler bij dreigende schade kraaien en spreeuwen schieten?

De minister heeft besloten dat vanaf 1 april 2004 de zwarte kraai en kauw op de landelijke vrijstellinglijst komen te staan. Deze vrijstelling houdt in dat de grondgebruiker beide diersoorten het hele jaar op zijn gronden mag bestrijden om belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren te voorkomen. De grondgebruiker kan ook een derde toestemming geven de dieren te bestrijden. Om belangrijke schade te voorkomen mogen de zwarte kraai en kauw opzettelijk verontrust en gedood worden. Het middel geweer kan gebruikt worden bij de bestrijding als de grondgebruiker, of degene die van de grondgebruiker toestemming heeft gekregen, beschikt over een jachtakte. Voor het gebruik van de middelen kastval en vangkooi is een afzonderlijke ontheffing noodzakelijk. Deze kan bij de provincie worden aangevraagd.

Voor spreeuwen geldt dat de provincie Utrecht in haar verordening een vrijstelling heeft opgenomen voor het doden van spreeuwen. Deze mogelijkheid wordt geboden aan de grondgebruikers conform artikel 65 van de Flora- en faunawet. Let goed op de gestelde voorwaarden.

Wat kan ik doen tegen vossen die regelmatig mijn kippenren leegroven?

Als u overlast ervaart van vossen doet u er verstandig aan om het hok ontoegankelijk te maken voor vossen. Dit doet u door gebruik te maken van stevig gaas (minimaal 1,60 cm hoog) en het gaas 1 m diep in te graven en aan de bovenzijde af te zetten met puntdraad. Een aanvullend elektronisch raster kan effectief werken. Indien u uw kippen overdag los laat rondlopen over uw erf dan doet u er verstandig aan om de kippen ruim voor het invallen van de schemering op te hokken in een voor vossen niet toegankelijke nachthok. Aangezien de vos op de landelijke vrijstelling staat kunt u als grondgebruiker gebruik maken van het middel kastval en of doorloopkooi.

Overzomerende (broedende) ganzen veroorzaken veel overlast bij mijn vakantiewoning. Zij bevuilen mijn terrein, vreten al het gras op en gedragen zich erg agressief. Kan hier iets aan gedaan worden?

Deze ganzen mogen verjaagd worden (via artikel 65 van de Ff-wet en de provinciale vrijstelling van de provincie Utrecht). Ook kunnen linten, vlaggen en rasters geplaatst worden. De ganzen mogen echter niet worden gedood. Eieren mogen niet geraapt worden en nesten mogen niet verstoord of weggehaald worden. Omdat het hier niet gaat om dreigende schade aan bedrijfsmatige land-, tuin- of bosbouw, kan hiervoor geen ontheffing verleend worden. Het probleem van het steeds groter wordende aantal overzomerende ganzen uit zich voornamelijk in de vorm van een toename van schade aan grasland bij boeren. Aan dit probleem wordt het nodige gedaan via ontheffingen voor afschot en/of het rapen van eieren. De aanvragen hiervoor worden getoetst op basis van het faunabeheerplan, dat wordt opgesteld door de Faunabeheereenheid. De ontheffingen kunnen uitsluitend worden afgegeven in de periode 1 april tot 1 oktober.

Wat is het verschil tussen overzomerende en overwinterende ganzen?

De minister heeft bepaald dat ganzen die in Nederland voorkomen in de periode 1 april tot 1 oktober als overzomerende ganzen kunnen worden aangemerkt, zij worden ook wel aangemerkt als jaarrond verblijvende ganzen. De Faunabeheereenheid heeft in haar Faunabeheerplan een beheer voor overzomerende grauwe ganzen opgesteld dat gericht is op het verminderen van de populatie met het oog op het reduceren van landbouwschade. Overwinterende ganzen zijn ganzen die in Nederland slechts voor een beperkte (winter) periode voorkomen en wel in de periode 1 oktober tot 1 april. Aangezien het hier primair gaat om trekkende ganzen heeft Nederland een internationale verantwoordelijkheid voor de opvang van deze ganzen. De mogelijkheden om schade te voorkomen veroorzaakt door overwinterende ganzen en smienten kunt u nalezen in het Beleidskader Faunabeheer.

Ik ondervind ernstige overlast van een roekenkolonie bij mijn huis. Wat kan ik hier aan doen?

Roeken broeden in kolonies. Een kolonie kan vaak vele tientallen tot enkele honderden vogels omvatten. Het geluid dat al deze vogels gezamenlijk produceren kan geluidsoverlast veroorzaken evenals het feit dat de uitwerpselen de (stedelijke) omgeving kunnen vervuilen. De roek is echter een beschermde inheemse diersoort. Op grond van de provinciale vrijstelling mag opzettelijke verontrusting plaatsvinden. Daarnaast kan de Faunabeheereenheid ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen ontheffing verlenen voor het restrictief doden van enkele exemplaren met het oog op verjaging (= ondersteunend afschot). De gemeente kan bij ernstige overlast van roekenpopulaties in de stedelijke omgeving besluiten om de roekenkolonie te verplaatsen.

Mijn geplastificeerde hooibalen zijn door kraaien aangepikt. Hierdoor is broei in de hooibaal ontstaan waardoor mijn koeien het hooi niet meer willen vreten, wat kan ik doen?

Het Faunafonds heeft in haar beleidsregels vastgelegd dat u alleen een beroep op schadetegemoetkoming kan doen indien de schade is ontstaan aan op de velden staande gewassen. Dit betekent dat schade aan o.a. voertuigen, gebouwen, installaties, bouwwerken, geoogste gewassen en opgeslagen of verpakte voedergewassen niet voor vergoeding in aanmerking komen. De grondgebruiker kan schade aan geplastificeerde hooibalen voorkomen door de balen tijdig te verzamelen en onder een vogelafwerend net te plaatsen. Het is de grondgebruiker toegestaan om een (kraaien)vangkooi te plaatsen.

Van de Faunabeheereenheid heb ik een ontheffing gekregen. Hierin staat vermeld dat ik alvorens van de ontheffing gebruik ga maken, de provincie op de hoogte moet stellen. Waarom al deze bureaucratie?

Het gebruik van ontheffingen dient u bij de daarvoor aangewezen ambtenaar van de provincie te melden. Dit is wettelijk gezien noodzakelijk omdat de provincie in de gelegenheid dient te zijn om ter plaatse te kunnen controleren of het beoogde gebruik van de ontheffing daadwerkelijk is toegestaan. Voorts is de jachtaktehouder verplicht om het gebruik en de resultaten van de ontheffing te melden aan de Faunabeheereenheid. Voldoet men niet aan deze voorwaarden zoals gesteld in de ontheffing dan zal dit onherroepelijk leiden tot intrekking van de ontheffing. Het niet houden aan de ontheffingsvoorwaarden betekent voorts een overtreding van de Flora- en faunawet hetgeen kan leiden tot intrekking van de jachtakte door de korpschef van de Politie.

Preventieve maatregelen; wat zijn dat en hoe weet ik welke effectief zijn?

Alvorens een ontheffing kan worden aangevraagd en ingezet dient schade te worden voorkomen door de inzet van diervriendelijke middelen. Dit kunnen o.a. zijn: het plaatsen van vlaggen en linten, vogelverschrikkers, het gebruik van een gaskanon of afleidend voeren. Het Faunafonds heeft in haar “Handboek faunaschade” per gewas en diersoort aangegeven welke middelen effectief zijn om schade te voorkomen. U kunt bij het Faunafonds een exemplaar van dit handboek bestellen.

Waarom worden er reeën gedood?

Jaarlijks worden er in de provincie Utrecht ca. 400 reeën gedood. Dit gebeurt op basis van een ontheffing, gebaseerd op het Faunabeheerplan. Het doden van reeën is noodzakelijk ter voorkoming van schade aan de land- en bosbouw en in het kader van de verkeersveiligheid en dierenwelzijn. In samenwerking met de provincie heeft de faunabeheereenheid op basis van onderzoek de draagkracht (lees: de hoeveelheid reeën die in een bepaald gebied kunnen leven zonder dat deze populatie belangrijke schade aanricht aan maatschappelijke belangen) vastgesteld. Aan de hand van jaarlijks uitgevoerde tellingen wordt gekeken of de aanwezige populatie reeën in overeenstemming is met de draagkracht. Indien blijkt dat er teveel reeën aanwezig zijn dan kan onder voorwaarden worden overgegaan tot afschot.

Hoeveel reeën verongelukken jaarlijks door aanrijdingen met het verkeer?

Het aantal aanrijdingen met reeën wordt zorgvuldig geregistreerd door de Stichting Valwild Utrecht. Deze stichting draagt zorg voor de afhandeling en registratie van gewonde en gedoden reeën als gevolg van een aanrijding met het verkeer. In Utrecht verongelukken ruim 350 reeën per jaar als gevolg van een aanrijding. Slechts een enkele maal overleeft het ree een dergelijk ongeluk.

Hoe kan ik een aanrijding met een ree voorkomen?

De wegen waarvan het bekend is dat reeën met enige regelmaat de weg over kunnen steken staan aangegeven middels bebording. Deze borden staan er niet voor niets! Matig uw snelheid en wees alert. De meeste aanrijdingen met reeën vinden plaats in de ochtend- en avondschemering. Ondanks alert en verantwoordelijk rijgedrag zit een ongeluk vaak in een klein hoekje. Mocht u onverhoopts betrokken raken bij een aanrijding met een ree meldt dit dan zo spoedig mogelijk bij de Meldkamer van de politie via 0900 – 8844.