Voorjaarstelling reeën

In Utrecht komen minimaal 2.000 reeën voor. In heel Nederland wordt de populatie op ca. 60.000 exemplaren geschat. Dit is een geweldige toename ten opzichte van 1850, toen reeën in Nederland alleen nog voorkwamen op de Veluwe. De toename is naar alle waarschijnlijkheid te danken aan de toenmalige verandering van de jachtwetgeving en toenemende bebossing.
01.04.02 Voorjaarstelling reeën-1

Het kernleefgebied van het ree wordt in Utrecht gevormd door de Utrechtse Heuvelrug met de daarom heen liggende overgangsgebieden. Om zicht te hebben op de populatie omvang worden reeën jaarlijks geïnventariseerd. Dit gebeurt via een telling op drie achtereenvolgende momenten in de periode eind maart – begin april. De reeën staan in die tijd in gemengde groepen bijeen en laten zich goed zien.

Reeën zijn vooral actief in de ochtend- en avondschemering. Een telling wordt daarom uitgevoerd in de vroege ochtend tot twee uur na zonsopkomst en in de avond vanaf twee uur voor zonsondergang. Door de telling driemaal achtereen (avond-ochtend-avond) te organiseren, is men wat minder afhankelijk van de weersomstandigheden van dat moment. Die kan namelijk het testresultaat nogal beïnvloeden. Los van de voorjaarstelling worden reeën ook jaarrond geteld. Hierdoor krijgen we een nog beter zicht op de verspreiding van reeën en daarmee van het leefgebied in de zomer en winter, in de aanwas (reproductie) en in de conditie van de dieren.

Telformulier reewild

Dit formulier is voor gebruik door de wbe’s. Let op: het formulier bestaat uit twee delen!